Omzendbrief over homo- en transfoob geweld toont aan dat wetgeving dringend moet aangepast worden

Eind januari 2013 werd het interfederaal actieplan tegen homofoob en transfoob geweld voorgesteld. Daarin werd aangekondigd dat er een gemeenschappelijke omzendbrief zou komen over de aanpak van discriminatie en haatmisdrijven. Inmiddels is die omzendbrief een feit. Eens te meer blijkt dat de aanpak van homo- en transfoob geweld dat (bijvoorbeeld) via internet en sociale netwerken wordt gepleegd, sterk bemoeilijkt wordt door een achterop hinkende wetgeving.

Wie in de pers of op internet aanzet tot discriminatie of haat tegenover bijvoorbeeld Marokkanen of Turken, pleegt een persmisdrijf. Op basis van de Grondwet kan degene die het misdrijf pleegt voor de correctionele rechtbank gebracht worden en strafrechtelijk veroordeeld worden volgens de bepalingen van de racismewet. Wie in de pers of op internet aanzet tot discriminatie of haat tegenover holebi’s of transgenders gaat in de praktijk vrijuit. Dergelijke persmisdrijven moeten volgens de Grondwet immers voor het Hof van Assisen komen, maar het Hof van Assisen wordt niet samengeroepen voor persmisdrijven. De oorzaak van het onderscheid is te vinden in artikel 150 van de Grondwet waarin staat dat de jury wordt ingesteld voor drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn.

Çavaria pleit er voor om artikel 150 van de Grondwet aan te passen. Ook vanuit de academische wereld gaan er stemmen op om het artikel te wijzigen. Volksvertegenwoordiger Dirk Van Der Maelen (SP.A) heeft een amendement klaar. Het werd (nog) niet behandeld.

Vejdeland

Overigens liet het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het arrest Vejdeland tegen Zweden van 9 februari 2012 optekenen dat seksuele geaardheid op het vlak van ‘hate-speech’ en ‘hate-crime laws’ op dezelfde manier behandeld moet worden als ras, etnische afkomst en religie. In de Belgische Grondwet wordt dus een onderscheid gemaakt dat klaarblijkelijk niet toegelaten is volgens de interpretatie die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geeft aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Racismewet

Overigens is artikel 150 van de Grondwet niet het enige onderscheid dat gemaakt wordt tussen de aanpak van racisme enerzijds en van homo- en transfobie anderzijds.

Artikel 22 van de racismewet bijvoorbeeld bestraft het behoren tot, of het verlenen van medewerking aan, een groep of vereniging die publiekelijk discriminatie verkondigt. In de antidiscriminatiewet en de genderwet ontbreekt een gelijkaardige strafbepaling.

Artikel 24 van de racismewet stelt dan weer dat het strafbaar is om iemand te discrimineren bij het publiekelijk aanbieden van goederen en diensten. Artikel 25 van de racismewet bestraft het discrimineren van een persoon op het vlak van de arbeidsbetrekkingen. Opnieuw ontbreken gelijkaardige strafbepalingen in de antidiscriminatiewet en de genderwet. Er lijkt vanuit politieke hoek overigens weinig bereidheid te zijn om echt werk te maken van het gelijkschakelen van de bestaande discriminatiewetgevingen.

Omzendbrief

Even terug naar de omzendbrief. Daarin staat dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar de criminaliteit die op het internet en de sociale netwerken wordt gepleegd. Het betreft onder meer stalking, pesterijen, beledigingen en discriminerende uitlatingen. Geschriften op het internet en de sociale netwerken vallen volgens het Hof van Cassatie onder het begrip persmisdrijf. De verspreider van dergelijke berichten zal in de praktijk dus niet strafrechtelijk vervolgd worden wanneer ze een homo- of transfoob karakter hebben.

In de omzendbrief staat dat wel andere wapens kunnen ingezet worden. Magistraten kunnen bijvoorbeeld vorderen dat internetsites of discussiefora die in strijd zijn met de racismewet, de antidiscriminatiewet of de genderwet geblokkeerd worden. Heel wat van die internetsites en discussiefora zijn evenwel in het buitenland gevestigd, en dan is men afhankelijk van de goodwill en de wetgeving in het buitenland.

Censuur

In De Morgen van 23 augustus 2013 merkt professor mediarecht Dirk Voorhoof op dat het niet aanpassen van artikel 150 van de Grondwet er in de praktijk toe leidt dat het parket censuur uitoefent die ontsnapt aan de controle van het gerecht. “Dat kan een reëel gevaar betekenen voor de vrijheid van meningsuiting”, aldus Voorhoof.

Bron:Paul Borghs zizo-online / Gemeenschappelijke Omzendbrief nr. COL 13/2013 - De Morgen 23 augustus 2013