Leefsituatie Poolse holebi’s en transgenders belicht

De Poolse organisaties Campaign Against Homophobia, Lambda Warsaw en de Transfuzja Foundation hebben een lijvig rapport voorgesteld over de leefsituatie van holebi’s en transgenders in Polen. Meer dan 14.000 holebi’s en 112 transgenders vulden vragenlijsten in. Het onderzoek bevat hoopvolle en verontrustende resultaten.

‘The situation of LGBT persons in Poland, 2010–2011 Report’ is de titel van de Engelse versie van de publicatie. Het verslag over de leefsituatie van holebi’s en transgender wordt financieel gesteund door ILGA-Europe en de Stefan Batory Foundation. De verslagen worden als sinds 1994 gepubliceerd en zijn één van de weinige bronnen van informatie over de sociale situatie van en discriminatie tegen holebi’s en transgenders in Polen.
Fysiek geweld

Respondenten werden onder meer ondervraagd over geweld. 12 % van de holebi’s gaf aan de afgelopen twee jaar geconfronteerd te zijn met fysiek geweld. Bij de mannen ligt dat percentage wat hoger (14 %) dan bij de vrouwen (9 %). Uit de resultaten blijkt dat jonge respondenten het meest kwetsbaar zijn voor fysiek geweld. Van de personen die fysiek geweld tegenkwamen, maakte 36 percent één aanval mee, 24,6 % moest twee aanvallen verduren en 39,4 % gaf aan drie of meer keer te zijn aangevallen.

Duwen, slaan, trappen of trekken was voor 65,2 % het type geweld waarvan sprake was. 41,7 % kreeg ook af te rekenen met seksuele aanranding, zoals het tegen de eigen wil betasten van het lichaam. 8,2 % van de personen die fysiek geweld tegenkwamen, kreeg ook af te rekenen met seksueel geweld (bijvoorbeeld verkrachting of poging tot verkrachting). Van alle personen die fysiek geweld tegenkwamen, was er bij 2,2 % ook sprake van gevallen met gewapende aanvallen.

De ondervraagden duiden vooral vreemden en schoolgenoten aan als geweldplegers, gevolgd door vrienden en collega’s. Slechts 10,3 % melde voorvallen van geweld aan de politie.
Psychologisch geweld

In vergelijking met fysiek geweld, bleken veel meer Poolse holebi’s de voorbije twee jaar geconfronteerd te zijn met psychologisch geweld: 44 %. De meerderheid van hen kreeg meermaals af te rekenen met psychologisch geweld: 58,1 % noteerde drie of meer voorvallen de voorbije twee jaren. Bij psychologisch geweld spelen vooral verbale agressie (67,3 %) en beledigingen en vernedering (51,3 %) een rol. Vernieling van eigendommen en chantage blijken minder vaak voor te komen.

Niet zoals bij fysiek geweld, wezen personen die psychologisch geweld ervoeren vooral in de richting van vreemden en schoolgenoten als geweldplegers, gevolgd door vrienden en collega’s.
Op de werkvloer

De bevraging onderzocht ook de situatie op het werk. 95,2 % van de personen die hun seksuele oriëntatie niet verborgen houdt voor collega’s, meent geen ongunstigere behandeling te krijgen omwille van zijn/haar seksuele oriëntatie. In 2006 waren bij de bevraging meer holebi’s ervan overtuigd ongunstiger behandel te worden omwille van de seksuele oriëntatie. Er is dus sprake van een positieve evolutie.

Opvallend is dat personen die hun seksuele oriëntatie verborgen houden voor collega’s, vaker een ongunstigere behandeling ervaren (7,3 %) in vergelijking met personen die hun oriëntatie niet verbergen (4,8 %).
Kwantitatieve studie transgenders

Voor het eerst bevat het rapport ook een kwantitatieve studie over transgenders. In totaal 112 transgenders vulden de vragenlijst volledig in, waardoor er geen conclusies kunnen worden geformuleerd over correlaties. Daarvoor was de groep te klein. De respondenten waren ook voornamelijk jong en hoogopgeleide personen. Toch geeft het onderzoek een indruk van de leefwereld van transgenders.

Op de vraag wat de seksuele oriëntatie van de transgenders is, uitgaande van de gender waartoe zij zich rekenen, gaf 37 % aan hetero te zijn, 31,5 % ziet zichzelf als biseksueel en 21,3 % verklaart homoseksueel te zijn. De restgroep van 10,2 % rekent zich tot nog een andere seksuele oriëntatie.
Wettelijke genderaanpassingen belangrijk

De Poolse transgenders die deelnamen aan de vragenlijst denken in grote mate over het aanpassen van hun gender in wettelijke documenten: 17,3 % van de respondenten deed de aanpassing al, 42,3 % had de intentie om het te doen en 20,2 % overwoog het, maar stelde het uit.

Een deel van de transgenders denkt ook over geslachtswijziging. Meer dan een derde van de respondenten (35,5 %) plande echter helemaal geen wijziging van hun geslachtsorganen. Een tiende (10,8 %) had al wel een wijziging van de geslachtorganen ondergaan.  35,3 procent wilde wel een verandering van de geslachtdelen, maar maakte nog geen plannen.

Wat de respondenten wel enorm bezig houdt is de vraag of personen in hun omgeving vermoeden dat ze transgender zijn. 49,5 % stelt zichzelf die vraag vaak tot zeer vaak, 24,2 % soms. Slechts 13,2 % denkt er helemaal nooit over na.
Welke lichaamsaanpassingen?

De personen die al een lichaamscorrectie ondergingen, werd gevraagd welke behandelingen ze hadden laten uitvoeren.

De personen die man-naar-vrouw aanpassingen hadden gedaan (34 respondenten), spraken vooral over hormonentherapie (50 %), zogeheten SRS: sex reassignment surgery (geslachtsveranderende behandeling, chirurgisch) (20,6 %) en haarverwijdering met de laser (38,2 %). Borstimplantaten en gezichtscorrectie bleken minder voor te komen.

De personen die vrouw-naar-man aanpassingen hadden gedaan (29 respondenten), spraken op hun beurt vooral over hormonentherapie (58,6 %), borstamputatie (37,9 %) en pan-hysterectomie (chirurgische verwijdering van de baarmoeder en de structuren die ermee verbonden zijn én verwijdering van de vagina) (27,6 %). Slechts 10,3 % liet mannelijke seksorganen vormen.

‘The situation of LGBT persons in Poland, 2010–2011 Report’ bevat nog tal van andere bevindingen over holebi’s en transgenders in Polen en kan online worden gedownload.

Bron: Campaign Against Homophobia, Lambda Warsaw, Transfuzja Foundation / zizo-online